NL: barricaderenSynoniemen: afsluiten, versperren
EN: block, obstruct, barricade, bar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebarricadeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik barricadeer jij barricadeert hij barricadeert wij barricaderen jullie barricaderen zij barricaderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebarricadeerd jij hebt gebarricadeerd hij heeft gebarricadeerd wij hebben gebarricadeerd jullie hebben gebarricadeerd zij hebben gebarricadeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik barricadeerde jij barricadeerde hij barricadeerde wij barricadeerden jullie barricadeerden zij barricadeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebarricadeerd jij had gebarricadeerd hij had gebarricadeerd wij hadden gebarricadeerd jullie hadden gebarricadeerd zij hadden gebarricadeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal barricaderen jij zult barricaderen hij zal barricaderen wij zullen barricaderen jullie zullen barricaderen zij zullen barricaderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebarricadeerd hebben jij zult gebarricadeerd hebben hij zal gebarricadeerd hebben wij zullen gebarricadeerd hebben jullie zullen gebarricadeerd hebben zij zullen gebarricadeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou barricaderen jij zou barricaderen hij zou barricaderen wij zouden barricaderen jullie zouden barricaderen zij zouden barricaderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebarricadeerd hebben jij zou gebarricadeerd hebben hij zou gebarricadeerd hebben wij zouden gebarricadeerd hebben jullie zouden gebarricadeerd hebben zij zouden gebarricadeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
barricadeer
|