NL: bankswitchen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebankswitcht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bankswitch jij bankswitcht hij bankswitcht wij bankswitchen jullie bankswitchen zij bankswitchen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebankswitcht jij hebt gebankswitcht hij heeft gebankswitcht wij hebben gebankswitcht jullie hebben gebankswitcht zij hebben gebankswitcht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bankswitchte jij bankswitchte hij bankswitchte wij bankswitchten jullie bankswitchten zij bankswitchten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebankswitcht jij had gebankswitcht hij had gebankswitcht wij hadden gebankswitcht jullie hadden gebankswitcht zij hadden gebankswitcht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bankswitchen jij zult bankswitchen hij zal bankswitchen wij zullen bankswitchen jullie zullen bankswitchen zij zullen bankswitchen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebankswitcht hebben jij zult gebankswitcht hebben hij zal gebankswitcht hebben wij zullen gebankswitcht hebben jullie zullen gebankswitcht hebben zij zullen gebankswitcht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bankswitchen jij zou bankswitchen hij zou bankswitchen wij zouden bankswitchen jullie zouden bankswitchen zij zouden bankswitchen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebankswitcht hebben jij zou gebankswitcht hebben hij zou gebankswitcht hebben wij zouden gebankswitcht hebben jullie zouden gebankswitcht hebben zij zouden gebankswitcht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bankswitch
|