Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

bankieren vervoegen




NL: bankieren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebankierd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bankier
jij bankiert
hij bankiert
wij bankieren
jullie bankieren
zij bankieren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebankierd
jij hebt gebankierd
hij heeft gebankierd
wij hebben gebankierd
jullie hebben gebankierd
zij hebben gebankierd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bankierde
jij bankierde
hij bankierde
wij bankierden
jullie bankierden
zij bankierden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebankierd
jij had gebankierd
hij had gebankierd
wij hadden gebankierd
jullie hadden gebankierd
zij hadden gebankierd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bankieren
jij zult bankieren
hij zal bankieren
wij zullen bankieren
jullie zullen bankieren
zij zullen bankieren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebankierd hebben
jij zult gebankierd hebben
hij zal gebankierd hebben
wij zullen gebankierd hebben
jullie zullen gebankierd hebben
zij zullen gebankierd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bankieren
jij zou bankieren
hij zou bankieren
wij zouden bankieren
jullie zouden bankieren
zij zouden bankieren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebankierd hebben
jij zou gebankierd hebben
hij zou gebankierd hebben
wij zouden gebankierd hebben
jullie zouden gebankierd hebben
zij zouden gebankierd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bankier

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bankieren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald