Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

banjeren vervoegen




NL: banjeren
Synoniemen: slenteren

DE: spazieren, gehen, bummeln, wandeln, schlendern, spazierengehen, trödeln

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebanjerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik banjer
jij banjert
hij banjert
wij banjeren
jullie banjeren
zij banjeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebanjerd
jij hebt gebanjerd
hij heeft gebanjerd
wij hebben gebanjerd
jullie hebben gebanjerd
zij hebben gebanjerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik banjerde
jij banjerde
hij banjerde
wij banjerden
jullie banjerden
zij banjerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebanjerd
jij had gebanjerd
hij had gebanjerd
wij hadden gebanjerd
jullie hadden gebanjerd
zij hadden gebanjerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal banjeren
jij zult banjeren
hij zal banjeren
wij zullen banjeren
jullie zullen banjeren
zij zullen banjeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebanjerd hebben
jij zult gebanjerd hebben
hij zal gebanjerd hebben
wij zullen gebanjerd hebben
jullie zullen gebanjerd hebben
zij zullen gebanjerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou banjeren
jij zou banjeren
hij zou banjeren
wij zouden banjeren
jullie zouden banjeren
zij zouden banjeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebanjerd hebben
jij zou gebanjerd hebben
hij zou gebanjerd hebben
wij zouden gebanjerd hebben
jullie zouden gebanjerd hebben
zij zouden gebanjerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
banjer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/banjeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald