NL: balkenSynoniemen: dwarsbalken, leggers, binten
DE: grölen, iahen
EN: bray
ES: rebuznar
FR: braire, mugir
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebalkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik balk jij balkt hij balkt wij balken jullie balken zij balken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebalkt jij hebt gebalkt hij heeft gebalkt wij hebben gebalkt jullie hebben gebalkt zij hebben gebalkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik balkte jij balkte hij balkte wij balkten jullie balkten zij balkten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebalkt jij had gebalkt hij had gebalkt wij hadden gebalkt jullie hadden gebalkt zij hadden gebalkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal balken jij zult balken hij zal balken wij zullen balken jullie zullen balken zij zullen balken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebalkt hebben jij zult gebalkt hebben hij zal gebalkt hebben wij zullen gebalkt hebben jullie zullen gebalkt hebben zij zullen gebalkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou balken jij zou balken hij zou balken wij zouden balken jullie zouden balken zij zouden balken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebalkt hebben jij zou gebalkt hebben hij zou gebalkt hebben wij zouden gebalkt hebben jullie zouden gebalkt hebben zij zouden gebalkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
balk
|