NL: bakkeleienSynoniemen: bekvechten, kiften, twisten, vechten, ruzieën, hakketakken, matten, knokken, kampen, duelleren
DE: bakkeleien (knokken): schlagen, streiten, bekämpfen, sich raufen, sich duellieren, bestreiten, balgen, sich keilen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebakkeleid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bakkelei jij bakkeleit hij bakkeleit wij bakkeleien jullie bakkeleien zij bakkeleien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebakkeleid jij hebt gebakkeleid hij heeft gebakkeleid wij hebben gebakkeleid jullie hebben gebakkeleid zij hebben gebakkeleid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bakkeleide jij bakkeleide hij bakkeleide wij bakkeleiden jullie bakkeleiden zij bakkeleiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebakkeleid jij had gebakkeleid hij had gebakkeleid wij hadden gebakkeleid jullie hadden gebakkeleid zij hadden gebakkeleid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal bakkeleien jij zult bakkeleien hij zal bakkeleien wij zullen bakkeleien jullie zullen bakkeleien zij zullen bakkeleien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebakkeleid hebben jij zult gebakkeleid hebben hij zal gebakkeleid hebben wij zullen gebakkeleid hebben jullie zullen gebakkeleid hebben zij zullen gebakkeleid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou bakkeleien jij zou bakkeleien hij zou bakkeleien wij zouden bakkeleien jullie zouden bakkeleien zij zouden bakkeleien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebakkeleid hebben jij zou gebakkeleid hebben hij zou gebakkeleid hebben wij zouden gebakkeleid hebben jullie zouden gebakkeleid hebben zij zouden gebakkeleid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bakkelei
|