NL: baggerenSynoniemen: opdreggen, waden
DE: baggern
EN: dredge
ES: dragar
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gebaggerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bagger jij baggert hij baggert wij baggeren jullie baggeren zij baggeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gebaggerd jij hebt gebaggerd hij heeft gebaggerd wij hebben gebaggerd jullie hebben gebaggerd zij hebben gebaggerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik baggerde jij baggerde hij baggerde wij baggerden jullie baggerden zij baggerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gebaggerd jij had gebaggerd hij had gebaggerd wij hadden gebaggerd jullie hadden gebaggerd zij hadden gebaggerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal baggeren jij zult baggeren hij zal baggeren wij zullen baggeren jullie zullen baggeren zij zullen baggeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gebaggerd hebben jij zult gebaggerd hebben hij zal gebaggerd hebben wij zullen gebaggerd hebben jullie zullen gebaggerd hebben zij zullen gebaggerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou baggeren jij zou baggeren hij zou baggeren wij zouden baggeren jullie zouden baggeren zij zouden baggeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gebaggerd hebben jij zou gebaggerd hebben hij zou gebaggerd hebben wij zouden gebaggerd hebben jullie zouden gebaggerd hebben zij zouden gebaggerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bagger
|