| Vervoegen: badmintonnen |
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
| gebadmintond |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
| ik badminton jij badmintont hij badmintont wij badmintonnen jullie badmintonnen zij badmintonnen |
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
| ik heb gebadmintond jij hebt gebadmintond hij heeft gebadmintond wij hebben gebadmintond jullie hebben gebadmintond zij hebben gebadmintond |
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
| ik badmintonde jij badmintonde hij badmintonde wij badmintonden jullie badmintonden zij badmintonden |
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
| ik had gebadmintond jij had gebadmintond hij had gebadmintond wij hadden gebadmintond jullie hadden gebadmintond zij hadden gebadmintond |
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
| ik zal badmintonnen jij zult badmintonnen hij zal badmintonnen wij zullen badmintonnen jullie zullen badmintonnen zij zullen badmintonnen |
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
| ik zal gebadmintond hebben jij zult gebadmintond hebben hij zal gebadmintond hebben wij zullen gebadmintond hebben jullie zullen gebadmintond hebben zij zullen gebadmintond hebben |
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
| ik zou badmintonnen jij zou badmintonnen hij zou badmintonnen wij zouden badmintonnen jullie zouden badmintonnen zij zouden badmintonnen |
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
| ik zou gebadmintond hebben jij zou gebadmintond hebben hij zou gebadmintond hebben wij zouden gebadmintond hebben jullie zouden gebadmintond hebben zij zouden gebadmintond hebben |
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
| badminton |