NL: azenSynoniemen: prooizoeken, trachten, streven, pogen, intentie, doel, beogen, aspiratie, ambitie
EN: azen (prooizoeken): hunt, bait, catch, dart, snare
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaasd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik aas jij aast hij aast wij azen jullie azen zij azen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaasd jij hebt geaasd hij heeft geaasd wij hebben geaasd jullie hebben geaasd zij hebben geaasd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik aasde jij aasde hij aasde wij aasden jullie aasden zij aasden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaasd jij had geaasd hij had geaasd wij hadden geaasd jullie hadden geaasd zij hadden geaasd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal azen jij zult azen hij zal azen wij zullen azen jullie zullen azen zij zullen azen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaasd hebben jij zult geaasd hebben hij zal geaasd hebben wij zullen geaasd hebben jullie zullen geaasd hebben zij zullen geaasd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou azen jij zou azen hij zou azen wij zouden azen jullie zouden azen zij zouden azen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaasd hebben jij zou geaasd hebben hij zou geaasd hebben wij zouden geaasd hebben jullie zouden geaasd hebben zij zouden geaasd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
aas
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
|