NL: avondmalen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geavondmaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik avondmaal jij avondmaalt hij avondmaalt wij avondmalen jullie avondmalen zij avondmalen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geavondmaald jij hebt geavondmaald hij heeft geavondmaald wij hebben geavondmaald jullie hebben geavondmaald zij hebben geavondmaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik avondmaalde jij avondmaalde hij avondmaalde wij avondmaalden jullie avondmaalden zij avondmaalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geavondmaald jij had geavondmaald hij had geavondmaald wij hadden geavondmaald jullie hadden geavondmaald zij hadden geavondmaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal avondmalen jij zult avondmalen hij zal avondmalen wij zullen avondmalen jullie zullen avondmalen zij zullen avondmalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geavondmaald hebben jij zult geavondmaald hebben hij zal geavondmaald hebben wij zullen geavondmaald hebben jullie zullen geavondmaald hebben zij zullen geavondmaald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou avondmalen jij zou avondmalen hij zou avondmalen wij zouden avondmalen jullie zouden avondmalen zij zouden avondmalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geavondmaald hebben jij zou geavondmaald hebben hij zou geavondmaald hebben wij zouden geavondmaald hebben jullie zouden geavondmaald hebben zij zouden geavondmaald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
avondmaal
|