NL: auditerenEN: audit
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geauditeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik auditeer jij auditeert hij auditeert wij auditeren jullie auditeren zij auditeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geauditeerd jij hebt geauditeerd hij heeft geauditeerd wij hebben geauditeerd jullie hebben geauditeerd zij hebben geauditeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik auditeerde jij auditeerde hij auditeerde wij auditeerden jullie auditeerden zij auditeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geauditeerd jij had geauditeerd hij had geauditeerd wij hadden geauditeerd jullie hadden geauditeerd zij hadden geauditeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal auditeren jij zult auditeren hij zal auditeren wij zullen auditeren jullie zullen auditeren zij zullen auditeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geauditeerd hebben jij zult geauditeerd hebben hij zal geauditeerd hebben wij zullen geauditeerd hebben jullie zullen geauditeerd hebben zij zullen geauditeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou auditeren jij zou auditeren hij zou auditeren wij zouden auditeren jullie zouden auditeren zij zouden auditeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geauditeerd hebben jij zou geauditeerd hebben hij zou geauditeerd hebben wij zouden geauditeerd hebben jullie zouden geauditeerd hebben zij zouden geauditeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
auditeer
|