NL: associërenDE: assoziieren, in Verbindung bringen
EN: associate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geassocieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik associeer jij associeert hij associeert wij associëren jullie associëren zij associëren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geassocieerd jij hebt geassocieerd hij heeft geassocieerd wij hebben geassocieerd jullie hebben geassocieerd zij hebben geassocieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik associeerde jij associeerde hij associeerde wij associeerden jullie associeerden zij associeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geassocieerd jij had geassocieerd hij had geassocieerd wij hadden geassocieerd jullie hadden geassocieerd zij hadden geassocieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal associëren jij zult associëren hij zal associëren wij zullen associëren jullie zullen associëren zij zullen associëren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geassocieerd hebben jij zult geassocieerd hebben hij zal geassocieerd hebben wij zullen geassocieerd hebben jullie zullen geassocieerd hebben zij zullen geassocieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou associëren jij zou associëren hij zou associëren wij zouden associëren jullie zouden associëren zij zouden associëren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geassocieerd hebben jij zou geassocieerd hebben hij zou geassocieerd hebben wij zouden geassocieerd hebben jullie zouden geassocieerd hebben zij zouden geassocieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
associeer
|