NL: assisterenSynoniemen: helpen, bijstaan, handreiken, weldoen, seconderen, ondersteunen, bijspringen
DE: assistieren
EN: assist, aid, help
ES: asistir, atender, contribuir, ayudar, servir, auxiliar, colaborar, secundar, cooperar, socorrer
FR: assister, aider, venir en aide de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geassisteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik assisteer jij assisteert hij assisteert wij assisteren jullie assisteren zij assisteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geassisteerd jij hebt geassisteerd hij heeft geassisteerd wij hebben geassisteerd jullie hebben geassisteerd zij hebben geassisteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik assisteerde jij assisteerde hij assisteerde wij assisteerden jullie assisteerden zij assisteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geassisteerd jij had geassisteerd hij had geassisteerd wij hadden geassisteerd jullie hadden geassisteerd zij hadden geassisteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal assisteren jij zult assisteren hij zal assisteren wij zullen assisteren jullie zullen assisteren zij zullen assisteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geassisteerd hebben jij zult geassisteerd hebben hij zal geassisteerd hebben wij zullen geassisteerd hebben jullie zullen geassisteerd hebben zij zullen geassisteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou assisteren jij zou assisteren hij zou assisteren wij zouden assisteren jullie zouden assisteren zij zouden assisteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geassisteerd hebben jij zou geassisteerd hebben hij zou geassisteerd hebben wij zouden geassisteerd hebben jullie zouden geassisteerd hebben zij zouden geassisteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
assisteer
|