NL: assisten U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geassist
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik assist jij assist hij assist wij assisten jullie assisten zij assisten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geassist jij hebt geassist hij heeft geassist wij hebben geassist jullie hebben geassist zij hebben geassist
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik assistte jij assistte hij assistte wij assistten jullie assistten zij assistten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geassist jij had geassist hij had geassist wij hadden geassist jullie hadden geassist zij hadden geassist
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal assisten jij zult assisten hij zal assisten wij zullen assisten jullie zullen assisten zij zullen assisten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geassist hebben jij zult geassist hebben hij zal geassist hebben wij zullen geassist hebben jullie zullen geassist hebben zij zullen geassist hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou assisten jij zou assisten hij zou assisten wij zouden assisten jullie zouden assisten zij zouden assisten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geassist hebben jij zou geassist hebben hij zou geassist hebben wij zouden geassist hebben jullie zouden geassist hebben zij zouden geassist hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
assist
|