NL: assimilerenSynoniemen: aanpassen
DE: angleichen, gleichstellen, assimilieren
EN: adapt, assimilate
ES: asimilar
FR: assimiler, égaliser, niveler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geassimileerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik assimileer jij assimileert hij assimileert wij assimileren jullie assimileren zij assimileren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geassimileerd jij hebt geassimileerd hij heeft geassimileerd wij hebben geassimileerd jullie hebben geassimileerd zij hebben geassimileerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik assimileerde jij assimileerde hij assimileerde wij assimileerden jullie assimileerden zij assimileerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geassimileerd jij had geassimileerd hij had geassimileerd wij hadden geassimileerd jullie hadden geassimileerd zij hadden geassimileerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal assimileren jij zult assimileren hij zal assimileren wij zullen assimileren jullie zullen assimileren zij zullen assimileren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geassimileerd hebben jij zult geassimileerd hebben hij zal geassimileerd hebben wij zullen geassimileerd hebben jullie zullen geassimileerd hebben zij zullen geassimileerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou assimileren jij zou assimileren hij zou assimileren wij zouden assimileren jullie zouden assimileren zij zouden assimileren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geassimileerd hebben jij zou geassimileerd hebben hij zou geassimileerd hebben wij zouden geassimileerd hebben jullie zouden geassimileerd hebben zij zouden geassimileerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
assimileer
|