NL: arresterenSynoniemen: aanhouden, gevangennemen, inrekenen, oppakken, grijpen, , vatten
DE: erfassen, verhaften, fassen, greifen, ergreifen
EN: arrest, pick up, apprehend, seize, hold, detain, imprison
ES: arrestar, detener, coger preso, aprisionar, aprehender, coger prisionero
FR: arrêter, enchaîner, saisir, écrouer, prendre, mettre en état d'arrestation
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gearresteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik arresteer jij arresteert hij arresteert wij arresteren jullie arresteren zij arresteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gearresteerd jij hebt gearresteerd hij heeft gearresteerd wij hebben gearresteerd jullie hebben gearresteerd zij hebben gearresteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik arresteerde jij arresteerde hij arresteerde wij arresteerden jullie arresteerden zij arresteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gearresteerd jij had gearresteerd hij had gearresteerd wij hadden gearresteerd jullie hadden gearresteerd zij hadden gearresteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal arresteren jij zult arresteren hij zal arresteren wij zullen arresteren jullie zullen arresteren zij zullen arresteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gearresteerd hebben jij zult gearresteerd hebben hij zal gearresteerd hebben wij zullen gearresteerd hebben jullie zullen gearresteerd hebben zij zullen gearresteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou arresteren jij zou arresteren hij zou arresteren wij zouden arresteren jullie zouden arresteren zij zouden arresteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gearresteerd hebben jij zou gearresteerd hebben hij zou gearresteerd hebben wij zouden gearresteerd hebben jullie zouden gearresteerd hebben zij zouden gearresteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
arresteer
|