EN: to ariseNL: oprijzen, rijzen
ES: levantarse, hacerse, surgir, pasar, fermentar, encontrar, empezar, subir, enseñar, mostrar, ponerse, suceder, ocurrir, convertirse en, volverse
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
arising
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I arise you arise he arises we arise you arise they arise
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have arisen you have arisen he has arisen we have arisen you have arisen they have arisen
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I arose you arose he arose we arose you arose they arose
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had arisen you had arisen he had arisen we had arisen you had arisen they had arisen
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will arise you will arise he will arise we will arise you will arise they will arise
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have arisen you will have arisen he will have arisen we will have arisen you will have arisen they will have arisen
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would arise you would arise he would arise we would arise you would arise they would arise
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have arisen you would have arisen he would have arisen we would have arisen you would have arisen they would have arisen
|