NL: aquafitnessen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaquafitnesst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik aquafitness jij aquafitnesst hij aquafitnesst wij aquafitnessen jullie aquafitnessen zij aquafitnessen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaquafitnesst jij hebt geaquafitnesst hij heeft geaquafitnesst wij hebben geaquafitnesst jullie hebben geaquafitnesst zij hebben geaquafitnesst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik aquafitnesste jij aquafitnesste hij aquafitnesste wij aquafitnessten jullie aquafitnessten zij aquafitnessten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaquafitnesst jij had geaquafitnesst hij had geaquafitnesst wij hadden geaquafitnesst jullie hadden geaquafitnesst zij hadden geaquafitnesst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aquafitnessen jij zult aquafitnessen hij zal aquafitnessen wij zullen aquafitnessen jullie zullen aquafitnessen zij zullen aquafitnessen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaquafitnesst hebben jij zult geaquafitnesst hebben hij zal geaquafitnesst hebben wij zullen geaquafitnesst hebben jullie zullen geaquafitnesst hebben zij zullen geaquafitnesst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aquafitnessen jij zou aquafitnessen hij zou aquafitnessen wij zouden aquafitnessen jullie zouden aquafitnessen zij zouden aquafitnessen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaquafitnesst hebben jij zou geaquafitnesst hebben hij zou geaquafitnesst hebben wij zouden geaquafitnesst hebben jullie zouden geaquafitnesst hebben zij zouden geaquafitnesst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
aquafitness
|