NL: appellerenSynoniemen: aanspreken, protesteren,
DE: appellieren
EN: appeal, protest, lodge an appeal
ES: apelar, recurrir, protestar
FR: appeler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geappelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik appelleer jij appelleert hij appelleert wij appelleren jullie appelleren zij appelleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geappelleerd jij hebt geappelleerd hij heeft geappelleerd wij hebben geappelleerd jullie hebben geappelleerd zij hebben geappelleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik appelleerde jij appelleerde hij appelleerde wij appelleerden jullie appelleerden zij appelleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geappelleerd jij had geappelleerd hij had geappelleerd wij hadden geappelleerd jullie hadden geappelleerd zij hadden geappelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal appelleren jij zult appelleren hij zal appelleren wij zullen appelleren jullie zullen appelleren zij zullen appelleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geappelleerd hebben jij zult geappelleerd hebben hij zal geappelleerd hebben wij zullen geappelleerd hebben jullie zullen geappelleerd hebben zij zullen geappelleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou appelleren jij zou appelleren hij zou appelleren wij zouden appelleren jullie zouden appelleren zij zouden appelleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geappelleerd hebben jij zou geappelleerd hebben hij zou geappelleerd hebben wij zouden geappelleerd hebben jullie zouden geappelleerd hebben zij zouden geappelleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
appelleer
|