Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

antwoorden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: antwoorden
Synoniemen: antwoord geven, beantwoorden, reageren, responderen, repliceren, riposteren

DE: beantworten, antworten, erwidern, entgegnen
EN: answer, respond, reply, react
ES: responder, contestar, responder a
FR: répondre, répondre à, répliquer, riposter, réagir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geantwoord
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik antwoord
jij antwoordt
hij antwoordt
wij antwoorden
jullie antwoorden
zij antwoorden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geantwoord
jij hebt geantwoord
hij heeft geantwoord
wij hebben geantwoord
jullie hebben geantwoord
zij hebben geantwoord
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik antwoordde
jij antwoordde
hij antwoordde
wij antwoordden
jullie antwoordden
zij antwoordden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geantwoord
jij had geantwoord
hij had geantwoord
wij hadden geantwoord
jullie hadden geantwoord
zij hadden geantwoord
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal antwoorden
jij zult antwoorden
hij zal antwoorden
wij zullen antwoorden
jullie zullen antwoorden
zij zullen antwoorden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geantwoord hebben
jij zult geantwoord hebben
hij zal geantwoord hebben
wij zullen geantwoord hebben
jullie zullen geantwoord hebben
zij zullen geantwoord hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou antwoorden
jij zou antwoorden
hij zou antwoorden
wij zouden antwoorden
jullie zouden antwoorden
zij zouden antwoorden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geantwoord hebben
jij zou geantwoord hebben
hij zou geantwoord hebben
wij zouden geantwoord hebben
jullie zouden geantwoord hebben
zij zouden geantwoord hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
antwoord

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/antwoorden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English