Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

annuleren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: annuleren
Synoniemen: afbestellen, afgelasten, afzeggen, intrekken, nietigverklaring, niet laten plaats vinden, tenietdoening, annulering

DE: annulieren, stornieren, rückgängig machen, abbestellen, absagen, einstellen, aufheben, streichen
EN: cancel, annul, rescind
ES: cancelar, anular, revocar, deshacer, tachar, revertir, escamar, desdar, declarar nulo
FR: annuler, suspendre, supprimer, retirer, révoquer, décommander, résilier, abandonner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geannuleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik annuleer
jij annuleert
hij annuleert
wij annuleren
jullie annuleren
zij annuleren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geannuleerd
jij hebt geannuleerd
hij heeft geannuleerd
wij hebben geannuleerd
jullie hebben geannuleerd
zij hebben geannuleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik annuleerde
jij annuleerde
hij annuleerde
wij annuleerden
jullie annuleerden
zij annuleerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geannuleerd
jij had geannuleerd
hij had geannuleerd
wij hadden geannuleerd
jullie hadden geannuleerd
zij hadden geannuleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal annuleren
jij zult annuleren
hij zal annuleren
wij zullen annuleren
jullie zullen annuleren
zij zullen annuleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geannuleerd hebben
jij zult geannuleerd hebben
hij zal geannuleerd hebben
wij zullen geannuleerd hebben
jullie zullen geannuleerd hebben
zij zullen geannuleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou annuleren
jij zou annuleren
hij zou annuleren
wij zouden annuleren
jullie zouden annuleren
zij zouden annuleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geannuleerd hebben
jij zou geannuleerd hebben
hij zou geannuleerd hebben
wij zouden geannuleerd hebben
jullie zouden geannuleerd hebben
zij zouden geannuleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
annuleer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/annuleren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English