NL: analogiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geanalogiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik analogiseer jij analogiseert hij analogiseert wij analogiseren jullie analogiseren zij analogiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geanalogiseerd jij hebt geanalogiseerd hij heeft geanalogiseerd wij hebben geanalogiseerd jullie hebben geanalogiseerd zij hebben geanalogiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik analogiseerde jij analogiseerde hij analogiseerde wij analogiseerden jullie analogiseerden zij analogiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geanalogiseerd jij had geanalogiseerd hij had geanalogiseerd wij hadden geanalogiseerd jullie hadden geanalogiseerd zij hadden geanalogiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal analogiseren jij zult analogiseren hij zal analogiseren wij zullen analogiseren jullie zullen analogiseren zij zullen analogiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geanalogiseerd hebben jij zult geanalogiseerd hebben hij zal geanalogiseerd hebben wij zullen geanalogiseerd hebben jullie zullen geanalogiseerd hebben zij zullen geanalogiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou analogiseren jij zou analogiseren hij zou analogiseren wij zouden analogiseren jullie zouden analogiseren zij zouden analogiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geanalogiseerd hebben jij zou geanalogiseerd hebben hij zou geanalogiseerd hebben wij zouden geanalogiseerd hebben jullie zouden geanalogiseerd hebben zij zouden geanalogiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
analogiseer
|