NL: amputerenSynoniemen: afzetten, wegnemen, amputatie
DE: amputieren
EN: amputate
ES: amputar, desconectar, derrocar, destituir, destronar
FR: amputer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geamputeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik amputeer jij amputeert hij amputeert wij amputeren jullie amputeren zij amputeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geamputeerd jij hebt geamputeerd hij heeft geamputeerd wij hebben geamputeerd jullie hebben geamputeerd zij hebben geamputeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik amputeerde jij amputeerde hij amputeerde wij amputeerden jullie amputeerden zij amputeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geamputeerd jij had geamputeerd hij had geamputeerd wij hadden geamputeerd jullie hadden geamputeerd zij hadden geamputeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal amputeren jij zult amputeren hij zal amputeren wij zullen amputeren jullie zullen amputeren zij zullen amputeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geamputeerd hebben jij zult geamputeerd hebben hij zal geamputeerd hebben wij zullen geamputeerd hebben jullie zullen geamputeerd hebben zij zullen geamputeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou amputeren jij zou amputeren hij zou amputeren wij zouden amputeren jullie zouden amputeren zij zouden amputeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geamputeerd hebben jij zou geamputeerd hebben hij zou geamputeerd hebben wij zouden geamputeerd hebben jullie zouden geamputeerd hebben zij zouden geamputeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
amputeer
|