NL: alkaliseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gealkaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik alkaliseer jij alkaliseert hij alkaliseert wij alkaliseren jullie alkaliseren zij alkaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gealkaliseerd jij hebt gealkaliseerd hij heeft gealkaliseerd wij hebben gealkaliseerd jullie hebben gealkaliseerd zij hebben gealkaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik alkaliseerde jij alkaliseerde hij alkaliseerde wij alkaliseerden jullie alkaliseerden zij alkaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gealkaliseerd jij had gealkaliseerd hij had gealkaliseerd wij hadden gealkaliseerd jullie hadden gealkaliseerd zij hadden gealkaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal alkaliseren jij zult alkaliseren hij zal alkaliseren wij zullen alkaliseren jullie zullen alkaliseren zij zullen alkaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gealkaliseerd hebben jij zult gealkaliseerd hebben hij zal gealkaliseerd hebben wij zullen gealkaliseerd hebben jullie zullen gealkaliseerd hebben zij zullen gealkaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou alkaliseren jij zou alkaliseren hij zou alkaliseren wij zouden alkaliseren jullie zouden alkaliseren zij zouden alkaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gealkaliseerd hebben jij zou gealkaliseerd hebben hij zou gealkaliseerd hebben wij zouden gealkaliseerd hebben jullie zouden gealkaliseerd hebben zij zouden gealkaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
alkaliseer
|