Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

alarmeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: alarmeren
Synoniemen: beangstigen, bijeenroepen, wekken, opwekken

DE: alarmieren
EN: alarm

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gealarmeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik alarmeer
jij alarmeert
hij alarmeert
wij alarmeren
jullie alarmeren
zij alarmeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gealarmeerd
jij hebt gealarmeerd
hij heeft gealarmeerd
wij hebben gealarmeerd
jullie hebben gealarmeerd
zij hebben gealarmeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik alarmeerde
jij alarmeerde
hij alarmeerde
wij alarmeerden
jullie alarmeerden
zij alarmeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gealarmeerd
jij had gealarmeerd
hij had gealarmeerd
wij hadden gealarmeerd
jullie hadden gealarmeerd
zij hadden gealarmeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal alarmeren
jij zult alarmeren
hij zal alarmeren
wij zullen alarmeren
jullie zullen alarmeren
zij zullen alarmeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gealarmeerd hebben
jij zult gealarmeerd hebben
hij zal gealarmeerd hebben
wij zullen gealarmeerd hebben
jullie zullen gealarmeerd hebben
zij zullen gealarmeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou alarmeren
jij zou alarmeren
hij zou alarmeren
wij zouden alarmeren
jullie zouden alarmeren
zij zouden alarmeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gealarmeerd hebben
jij zou gealarmeerd hebben
hij zou gealarmeerd hebben
wij zouden gealarmeerd hebben
jullie zouden gealarmeerd hebben
zij zouden gealarmeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
alarmeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/alarmeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English