NL: agnoscerenSynoniemen: honoreren, erkennen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geagnosceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik agnosceer jij agnosceert hij agnosceert wij agnosceren jullie agnosceren zij agnosceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geagnosceerd jij hebt geagnosceerd hij heeft geagnosceerd wij hebben geagnosceerd jullie hebben geagnosceerd zij hebben geagnosceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik agnosceerde jij agnosceerde hij agnosceerde wij agnosceerden jullie agnosceerden zij agnosceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geagnosceerd jij had geagnosceerd hij had geagnosceerd wij hadden geagnosceerd jullie hadden geagnosceerd zij hadden geagnosceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal agnosceren jij zult agnosceren hij zal agnosceren wij zullen agnosceren jullie zullen agnosceren zij zullen agnosceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geagnosceerd hebben jij zult geagnosceerd hebben hij zal geagnosceerd hebben wij zullen geagnosceerd hebben jullie zullen geagnosceerd hebben zij zullen geagnosceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou agnosceren jij zou agnosceren hij zou agnosceren wij zouden agnosceren jullie zouden agnosceren zij zouden agnosceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geagnosceerd hebben jij zou geagnosceerd hebben hij zou geagnosceerd hebben wij zouden geagnosceerd hebben jullie zouden geagnosceerd hebben zij zouden geagnosceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
agnosceer
|