NL: agiterenSynoniemen: opstoken, oppoken, ophitsen, schudden, opwinden, opruien
DE: erregen, aufregen, beunruhigen, bewegen, schüren, anschüren
EN: stir, agitate, shake up, budge
ES: agitar
FR: agiter, remuer, attiser, mettre en émoi, pousser, bouger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geagiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik agiteer jij agiteert hij agiteert wij agiteren jullie agiteren zij agiteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben geagiteerd jij bent geagiteerd hij is geagiteerd wij zijn geagiteerd jullie zijn geagiteerd zij zijn geagiteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik agiteerde jij agiteerde hij agiteerde wij agiteerden jullie agiteerden zij agiteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was geagiteerd jij was geagiteerd hij was geagiteerd wij waren geagiteerd jullie waren geagiteerd zij waren geagiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal agiteren jij zult agiteren hij zal agiteren wij zullen agiteren jullie zullen agiteren zij zullen agiteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geagiteerd zijn jij zult geagiteerd zijn hij zal geagiteerd zijn wij zullen geagiteerd zijn jullie zullen geagiteerd zijn zij zullen geagiteerd zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou agiteren jij zou agiteren hij zou agiteren wij zouden agiteren jullie zouden agiteren zij zouden agiteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geagiteerd zijn jij zou geagiteerd zijn hij zou geagiteerd zijn wij zouden geagiteerd zijn jullie zouden geagiteerd zijn zij zouden geagiteerd zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
agiteer
|