Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afzonderen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afzonderen
Synoniemen: afscheiden, apart houden, isoleren, separeren, verwijderen, afsplitsen, splitsen, scheiden, wegwerken, wegnemen, weghalen, wegdoen, wegbrengen, vervreemden, verplaatsen, lichten, ecarteren, afnemen

DE: isolieren, absondern, abtrennen, separieren, trennen, aussondern
EN: separate, dissociate from, isolate, place apart
ES: aislar, poner aparte, separar, apartar, escindir, bifurcarse, incomunicar, alejar de
FR: séparer, isoler

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgezonderd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zonder af
jij zondert af
hij zondert af
wij zonderen af
jullie zonderen af
zij zonderen af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgezonderd
jij hebt afgezonderd
hij heeft afgezonderd
wij hebben afgezonderd
jullie hebben afgezonderd
zij hebben afgezonderd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zonderde af
jij zonderde af
hij zonderde af
wij zonderden af
jullie zonderden af
zij zonderden af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgezonderd
jij had afgezonderd
hij had afgezonderd
wij hadden afgezonderd
jullie hadden afgezonderd
zij hadden afgezonderd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afzonderen
jij zult afzonderen
hij zal afzonderen
wij zullen afzonderen
jullie zullen afzonderen
zij zullen afzonderen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgezonderd hebben
jij zult afgezonderd hebben
hij zal afgezonderd hebben
wij zullen afgezonderd hebben
jullie zullen afgezonderd hebben
zij zullen afgezonderd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afzonderen
jij zou afzonderen
hij zou afzonderen
wij zouden afzonderen
jullie zouden afzonderen
zij zouden afzonderen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgezonderd hebben
jij zou afgezonderd hebben
hij zou afgezonderd hebben
wij zouden afgezonderd hebben
jullie zouden afgezonderd hebben
zij zouden afgezonderd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zonder af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afzonderen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English