Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afzetten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afzetten
Synoniemen: afbakenen, afbiezen, afpalen, amputeren, bedotten, bedriegen, beduvelen, besodemieteren, omranden, ontslaan, stilzetten, uitschakelen, , verschuiven, verdagen, uittrekken, uitstellen, uitkrijgen, uitdoen, afleggen, afdoen, aanhouden, tillen, zwendelen, op

DE: betrügen, beschwindeln
EN: trick, fool, cheat
ES: sacar, timar
FR: tricher, tondre, tromper, rouler, duper, escroquer, berner, leurrer, couillonner

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgezet
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik zet af
jij zet af
hij zet af
wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgezet
jij hebt afgezet
hij heeft afgezet
wij hebben afgezet
jullie hebben afgezet
zij hebben afgezet
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik zette af
jij zette af
hij zette af
wij zetten af
jullie zetten af
zij zetten af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgezet
jij had afgezet
hij had afgezet
wij hadden afgezet
jullie hadden afgezet
zij hadden afgezet
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afzetten
jij zult afzetten
hij zal afzetten
wij zullen afzetten
jullie zullen afzetten
zij zullen afzetten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgezet hebben
jij zult afgezet hebben
hij zal afgezet hebben
wij zullen afgezet hebben
jullie zullen afgezet hebben
zij zullen afgezet hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afzetten
jij zou afzetten
hij zou afzetten
wij zouden afzetten
jullie zouden afzetten
zij zouden afzetten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgezet hebben
jij zou afgezet hebben
hij zou afgezet hebben
wij zouden afgezet hebben
jullie zouden afgezet hebben
zij zouden afgezet hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
zet af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afzetten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English