Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afweren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afweren
Synoniemen: afslaan, afwenden, pareren, verdedigen, weren, verweren

DE: afweren (pareren): abhalten, abwehren
EN: afweren (pareren): parry, ward off, foil, field
FR: afweren (pareren): parer, empêcher, écarter, défendre, détourner, dévier

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgeweerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik weer af
jij weert af
hij weert af
wij weren af
jullie weren af
zij weren af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgeweerd
jij hebt afgeweerd
hij heeft afgeweerd
wij hebben afgeweerd
jullie hebben afgeweerd
zij hebben afgeweerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik weerde af
jij weerde af
hij weerde af
wij weerden af
jullie weerden af
zij weerden af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgeweerd
jij had afgeweerd
hij had afgeweerd
wij hadden afgeweerd
jullie hadden afgeweerd
zij hadden afgeweerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afweren
jij zult afweren
hij zal afweren
wij zullen afweren
jullie zullen afweren
zij zullen afweren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgeweerd hebben
jij zult afgeweerd hebben
hij zal afgeweerd hebben
wij zullen afgeweerd hebben
jullie zullen afgeweerd hebben
zij zullen afgeweerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afweren
jij zou afweren
hij zou afweren
wij zouden afweren
jullie zouden afweren
zij zouden afweren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgeweerd hebben
jij zou afgeweerd hebben
hij zou afgeweerd hebben
wij zouden afgeweerd hebben
jullie zouden afgeweerd hebben
zij zouden afgeweerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
weer af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afweren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English