NL: afwassenSynoniemen: wassen
DE: afwassen (vaat doen): abwaschen, spülen
EN: afwassen (vaat doen): do the dishes, wash the dishes
ES: afwassen (vaat doen): fregar los platos, fregar la vajilla
FR: afwassen (vaat doen): faire la vaisselle, faire la plonge
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgewassen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik was af jij wast af hij wast af wij wassen af jullie wassen af zij wassen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgewassen jij hebt afgewassen hij heeft afgewassen wij hebben afgewassen jullie hebben afgewassen zij hebben afgewassen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waste af jij waste af hij waste af wij wasten af jullie wasten af zij wasten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgewassen jij had afgewassen hij had afgewassen wij hadden afgewassen jullie hadden afgewassen zij hadden afgewassen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afwassen jij zult afwassen hij zal afwassen wij zullen afwassen jullie zullen afwassen zij zullen afwassen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgewassen hebben jij zult afgewassen hebben hij zal afgewassen hebben wij zullen afgewassen hebben jullie zullen afgewassen hebben zij zullen afgewassen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afwassen jij zou afwassen hij zou afwassen wij zouden afwassen jullie zouden afwassen zij zouden afwassen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgewassen hebben jij zou afgewassen hebben hij zou afgewassen hebben wij zouden afgewassen hebben jullie zouden afgewassen hebben zij zouden afgewassen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
was af
|