NL: afwachtenSynoniemen: aankijken, wachten,
DE: warten, abwarten
EN: wait, await
ES: esperar, aguardar
FR: attendre, guetter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgewacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik wacht af jij wacht af hij wacht af wij wachten af jullie wachten af zij wachten af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgewacht jij hebt afgewacht hij heeft afgewacht wij hebben afgewacht jullie hebben afgewacht zij hebben afgewacht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik wachtte af jij wachtte af hij wachtte af wij wachtten af jullie wachtten af zij wachtten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgewacht jij had afgewacht hij had afgewacht wij hadden afgewacht jullie hadden afgewacht zij hadden afgewacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afwachten jij zult afwachten hij zal afwachten wij zullen afwachten jullie zullen afwachten zij zullen afwachten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgewacht hebben jij zult afgewacht hebben hij zal afgewacht hebben wij zullen afgewacht hebben jullie zullen afgewacht hebben zij zullen afgewacht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afwachten jij zou afwachten hij zou afwachten wij zouden afwachten jullie zouden afwachten zij zouden afwachten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgewacht hebben jij zou afgewacht hebben hij zou afgewacht hebben wij zouden afgewacht hebben jullie zouden afgewacht hebben zij zouden afgewacht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
wacht af
|