NL: afvinkenSynoniemen: aankruisen, aanstrepen
DE: das Ankreuzen, das Anstreichen
EN: the ticking off, the checking off
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgevinkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vink af jij vinkt af hij vinkt af wij vinken af jullie vinken af zij vinken af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgevinkt jij hebt afgevinkt hij heeft afgevinkt wij hebben afgevinkt jullie hebben afgevinkt zij hebben afgevinkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vinkte af jij vinkte af hij vinkte af wij vinkten af jullie vinkten af zij vinkten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgevinkt jij had afgevinkt hij had afgevinkt wij hadden afgevinkt jullie hadden afgevinkt zij hadden afgevinkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afvinken jij zult afvinken hij zal afvinken wij zullen afvinken jullie zullen afvinken zij zullen afvinken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgevinkt hebben jij zult afgevinkt hebben hij zal afgevinkt hebben wij zullen afgevinkt hebben jullie zullen afgevinkt hebben zij zullen afgevinkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afvinken jij zou afvinken hij zou afvinken wij zouden afvinken jullie zouden afvinken zij zouden afvinken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgevinkt hebben jij zou afgevinkt hebben hij zou afgevinkt hebben wij zouden afgevinkt hebben jullie zouden afgevinkt hebben zij zouden afgevinkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vink af
|