NL: aftekenenSynoniemen: contrasteren, opdoemen, paraferen
DE: das Abzeichnen
EN: the standing out
ES: el marcar, el trazar, el saliente, el delimitar
FR: le fait de se dessiner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgetekend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik teken af jij tekent af hij tekent af wij tekenen af jullie tekenen af zij tekenen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgetekend jij hebt afgetekend hij heeft afgetekend wij hebben afgetekend jullie hebben afgetekend zij hebben afgetekend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tekende af jij tekende af hij tekende af wij tekenden af jullie tekenden af zij tekenden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgetekend jij had afgetekend hij had afgetekend wij hadden afgetekend jullie hadden afgetekend zij hadden afgetekend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aftekenen jij zult aftekenen hij zal aftekenen wij zullen aftekenen jullie zullen aftekenen zij zullen aftekenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgetekend hebben jij zult afgetekend hebben hij zal afgetekend hebben wij zullen afgetekend hebben jullie zullen afgetekend hebben zij zullen afgetekend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aftekenen jij zou aftekenen hij zou aftekenen wij zouden aftekenen jullie zouden aftekenen zij zouden aftekenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgetekend hebben jij zou afgetekend hebben hij zou afgetekend hebben wij zouden afgetekend hebben jullie zouden afgetekend hebben zij zouden afgetekend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
teken af
|