NL: aftastenSynoniemen: afvoelen, bevoelen, peilen, verkennen, voelen, tasten, onderzoeken
DE: abtasten
EN: explore, prospect, scan
ES: investigar, explorar, examinar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgetast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tast af jij tast af hij tast af wij tasten af jullie tasten af zij tasten af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgetast jij hebt afgetast hij heeft afgetast wij hebben afgetast jullie hebben afgetast zij hebben afgetast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tastte af jij tastte af hij tastte af wij tastten af jullie tastten af zij tastten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgetast jij had afgetast hij had afgetast wij hadden afgetast jullie hadden afgetast zij hadden afgetast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aftasten jij zult aftasten hij zal aftasten wij zullen aftasten jullie zullen aftasten zij zullen aftasten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgetast hebben jij zult afgetast hebben hij zal afgetast hebben wij zullen afgetast hebben jullie zullen afgetast hebben zij zullen afgetast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aftasten jij zou aftasten hij zou aftasten wij zouden aftasten jullie zouden aftasten zij zouden aftasten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgetast hebben jij zou afgetast hebben hij zou afgetast hebben wij zouden afgetast hebben jullie zouden afgetast hebben zij zouden afgetast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tast af
|