NL: afstevenenSynoniemen: afgaan
EN: head for, bear down on
FR: foncer sur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgestevend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik steven af jij stevent af hij stevent af wij stevenen af jullie stevenen af zij stevenen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgestevend jij hebt afgestevend hij heeft afgestevend wij hebben afgestevend jullie hebben afgestevend zij hebben afgestevend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stevende af jij stevende af hij stevende af wij stevenden af jullie stevenden af zij stevenden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgestevend jij had afgestevend hij had afgestevend wij hadden afgestevend jullie hadden afgestevend zij hadden afgestevend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afstevenen jij zult afstevenen hij zal afstevenen wij zullen afstevenen jullie zullen afstevenen zij zullen afstevenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgestevend hebben jij zult afgestevend hebben hij zal afgestevend hebben wij zullen afgestevend hebben jullie zullen afgestevend hebben zij zullen afgestevend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afstevenen jij zou afstevenen hij zou afstevenen wij zouden afstevenen jullie zouden afstevenen zij zouden afstevenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgestevend hebben jij zou afgestevend hebben hij zou afgestevend hebben wij zouden afgestevend hebben jullie zouden afgestevend hebben zij zouden afgestevend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
steven af
|