NL: afstempelenSynoniemen: stempelen, stempopdrukken
EN: stamp
ES: estampillar, sellar, poner un sello
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgestempeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stempel af jij stempelt af hij stempelt af wij stempelen af jullie stempelen af zij stempelen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgestempeld jij hebt afgestempeld hij heeft afgestempeld wij hebben afgestempeld jullie hebben afgestempeld zij hebben afgestempeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stempelde af jij stempelde af hij stempelde af wij stempelden af jullie stempelden af zij stempelden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgestempeld jij had afgestempeld hij had afgestempeld wij hadden afgestempeld jullie hadden afgestempeld zij hadden afgestempeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afstempelen jij zult afstempelen hij zal afstempelen wij zullen afstempelen jullie zullen afstempelen zij zullen afstempelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgestempeld hebben jij zult afgestempeld hebben hij zal afgestempeld hebben wij zullen afgestempeld hebben jullie zullen afgestempeld hebben zij zullen afgestempeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afstempelen jij zou afstempelen hij zou afstempelen wij zouden afstempelen jullie zouden afstempelen zij zouden afstempelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgestempeld hebben jij zou afgestempeld hebben hij zou afgestempeld hebben wij zouden afgestempeld hebben jullie zouden afgestempeld hebben zij zouden afgestempeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stempel af
|