Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afsteken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afsteken
Synoniemen: afbikken, aftekenen, afvaren, houden, opvallen, wegvaren, uitsteken, uitspringen

DE: afsteken (afvaren): abfahren, wegfahren, losfahren
EN: afsteken (afvaren): sail away, leave, take off, depart
ES: afsteken (afvaren): salir navegando, salir velando
FR: afsteken (afvaren): partir, s'en aller, décamper, contraster, prendre la mer, faire bagage

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgestoken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik steek af
jij steekt af
hij steekt af
wij steken af
jullie steken af
zij steken af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgestoken
jij hebt afgestoken
hij heeft afgestoken
wij hebben afgestoken
jullie hebben afgestoken
zij hebben afgestoken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stak af
jij stak af
hij stak af
wij staken af
jullie staken af
zij staken af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgestoken
jij had afgestoken
hij had afgestoken
wij hadden afgestoken
jullie hadden afgestoken
zij hadden afgestoken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afsteken
jij zult afsteken
hij zal afsteken
wij zullen afsteken
jullie zullen afsteken
zij zullen afsteken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgestoken hebben
jij zult afgestoken hebben
hij zal afgestoken hebben
wij zullen afgestoken hebben
jullie zullen afgestoken hebben
zij zullen afgestoken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afsteken
jij zou afsteken
hij zou afsteken
wij zouden afsteken
jullie zouden afsteken
zij zouden afsteken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgestoken hebben
jij zou afgestoken hebben
hij zou afgestoken hebben
wij zouden afgestoken hebben
jullie zouden afgestoken hebben
zij zouden afgestoken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
steek af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afsteken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English