NL: afstappenSynoniemen: afdalen, afzien, omlaagstappen
EN: afstappen (omlaagstappen): get off, step down, step out
ES: afstappen (omlaagstappen): bajar, apearse, hacer un paso abajo
FR: afstappen (omlaagstappen): descendre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgestapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stap af jij stapt af hij stapt af wij stappen af jullie stappen af zij stappen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben afgestapt jij bent afgestapt hij is afgestapt wij zijn afgestapt jullie zijn afgestapt zij zijn afgestapt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stapte af jij stapte af hij stapte af wij stapten af jullie stapten af zij stapten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was afgestapt jij was afgestapt hij was afgestapt wij waren afgestapt jullie waren afgestapt zij waren afgestapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afstappen jij zult afstappen hij zal afstappen wij zullen afstappen jullie zullen afstappen zij zullen afstappen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgestapt zijn jij zult afgestapt zijn hij zal afgestapt zijn wij zullen afgestapt zijn jullie zullen afgestapt zijn zij zullen afgestapt zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afstappen jij zou afstappen hij zou afstappen wij zouden afstappen jullie zouden afstappen zij zouden afstappen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgestapt zijn jij zou afgestapt zijn hij zou afgestapt zijn wij zouden afgestapt zijn jullie zouden afgestapt zijn zij zouden afgestapt zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stap af
|