Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afsluiten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afsluiten
Synoniemen: afdammen, afgrendelen, afzonderen, beëindigen, dichtdoen, op slot doen, vergrendelen, isoleren, contracteren, aangaan, stoppen, ophouden, eindigen, toemaken, toedoen, sluiten, sluiting, dichtmaken, afsluiting, locken, grendelen, borgen

DE: abschließen, zuschliessen, verriegeln, zusperren, zumachen, versperren, zudrehen
EN: close, lock up, lock
ES: desconectar, cortar
FR: cadenasser, fermer à clé

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgesloten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sluit af
jij sluit af
hij sluit af
wij sluiten af
jullie sluiten af
zij sluiten af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgesloten
jij hebt afgesloten
hij heeft afgesloten
wij hebben afgesloten
jullie hebben afgesloten
zij hebben afgesloten
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sloot af
jij sloot af
hij sloot af
wij sloten af
jullie sloten af
zij sloten af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgesloten
jij had afgesloten
hij had afgesloten
wij hadden afgesloten
jullie hadden afgesloten
zij hadden afgesloten
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afsluiten
jij zult afsluiten
hij zal afsluiten
wij zullen afsluiten
jullie zullen afsluiten
zij zullen afsluiten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgesloten hebben
jij zult afgesloten hebben
hij zal afgesloten hebben
wij zullen afgesloten hebben
jullie zullen afgesloten hebben
zij zullen afgesloten hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afsluiten
jij zou afsluiten
hij zou afsluiten
wij zouden afsluiten
jullie zouden afsluiten
zij zouden afsluiten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgesloten hebben
jij zou afgesloten hebben
hij zou afgesloten hebben
wij zouden afgesloten hebben
jullie zouden afgesloten hebben
zij zouden afgesloten hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sluit af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afsluiten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English