Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afrijden vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afrijden
Synoniemen: omlaagrijden

DE: afrijden (omlaagrijden): hinunterfahren
EN: afrijden (omlaagrijden): drive down
ES: afrijden (omlaagrijden): descender, conducir hacia abajo
FR: afrijden (omlaagrijden): descendre, conduire en bas

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgereden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik rijd af
jij rijdt af
hij rijdt af
wij rijden af
jullie rijden af
zij rijden af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgereden
jij hebt afgereden
hij heeft afgereden
wij hebben afgereden
jullie hebben afgereden
zij hebben afgereden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik reed af
jij reed af
hij reed af
wij reden af
jullie reden af
zij reden af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgereden
jij had afgereden
hij had afgereden
wij hadden afgereden
jullie hadden afgereden
zij hadden afgereden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afrijden
jij zult afrijden
hij zal afrijden
wij zullen afrijden
jullie zullen afrijden
zij zullen afrijden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgereden hebben
jij zult afgereden hebben
hij zal afgereden hebben
wij zullen afgereden hebben
jullie zullen afgereden hebben
zij zullen afgereden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afrijden
jij zou afrijden
hij zou afrijden
wij zouden afrijden
jullie zouden afrijden
zij zouden afrijden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgereden hebben
jij zou afgereden hebben
hij zou afgereden hebben
wij zouden afgereden hebben
jullie zouden afgereden hebben
zij zouden afgereden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
rijd af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afrijden

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English