Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

africhten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: africhten
Synoniemen: dresseren, africhting, trainen

DE: abrichten, dressieren
EN: train, break in
ES: entrenar, domar, adiestrar, domesticar, amaestrar
FR: entraîner, contraindre, dompter, apprivoiser, domestiquer, dresser un animal

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgericht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik richt af
jij richt af
hij richt af
wij richten af
jullie richten af
zij richten af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgericht
jij hebt afgericht
hij heeft afgericht
wij hebben afgericht
jullie hebben afgericht
zij hebben afgericht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik richtte af
jij richtte af
hij richtte af
wij richtten af
jullie richtten af
zij richtten af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgericht
jij had afgericht
hij had afgericht
wij hadden afgericht
jullie hadden afgericht
zij hadden afgericht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal africhten
jij zult africhten
hij zal africhten
wij zullen africhten
jullie zullen africhten
zij zullen africhten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgericht hebben
jij zult afgericht hebben
hij zal afgericht hebben
wij zullen afgericht hebben
jullie zullen afgericht hebben
zij zullen afgericht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou africhten
jij zou africhten
hij zou africhten
wij zouden africhten
jullie zouden africhten
zij zouden africhten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgericht hebben
jij zou afgericht hebben
hij zou afgericht hebben
wij zouden afgericht hebben
jullie zouden afgericht hebben
zij zouden afgericht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
richt af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/africhten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English