Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afremmen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afremmen
Synoniemen: afzwakken, remmen, stoppen

DE: abbremsen
EN: slow down
ES: refrenar
FR: freiner, ralentir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgeremd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik rem af
jij remt af
hij remt af
wij remmen af
jullie remmen af
zij remmen af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgeremd
jij hebt afgeremd
hij heeft afgeremd
wij hebben afgeremd
jullie hebben afgeremd
zij hebben afgeremd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik remde af
jij remde af
hij remde af
wij remden af
jullie remden af
zij remden af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgeremd
jij had afgeremd
hij had afgeremd
wij hadden afgeremd
jullie hadden afgeremd
zij hadden afgeremd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afremmen
jij zult afremmen
hij zal afremmen
wij zullen afremmen
jullie zullen afremmen
zij zullen afremmen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgeremd hebben
jij zult afgeremd hebben
hij zal afgeremd hebben
wij zullen afgeremd hebben
jullie zullen afgeremd hebben
zij zullen afgeremd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afremmen
jij zou afremmen
hij zou afremmen
wij zouden afremmen
jullie zouden afremmen
zij zouden afremmen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgeremd hebben
jij zou afgeremd hebben
hij zou afgeremd hebben
wij zouden afgeremd hebben
jullie zouden afgeremd hebben
zij zouden afgeremd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
rem af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afremmen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English