NL: afreagerenSynoniemen: luchten, ontladen
DE: auslassen, abreagieren
EN: let off steam, vent, work off, air, give vent to
FR: décharger, épancher son coeur, se défouler, décharger son coeur, s'épancher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgereageerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik reageer af jij reageert af hij reageert af wij reageren af jullie reageren af zij reageren af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgereageerd jij hebt afgereageerd hij heeft afgereageerd wij hebben afgereageerd jullie hebben afgereageerd zij hebben afgereageerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik reageerde af jij reageerde af hij reageerde af wij reageerden af jullie reageerden af zij reageerden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgereageerd jij had afgereageerd hij had afgereageerd wij hadden afgereageerd jullie hadden afgereageerd zij hadden afgereageerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afreageren jij zult afreageren hij zal afreageren wij zullen afreageren jullie zullen afreageren zij zullen afreageren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgereageerd hebben jij zult afgereageerd hebben hij zal afgereageerd hebben wij zullen afgereageerd hebben jullie zullen afgereageerd hebben zij zullen afgereageerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afreageren jij zou afreageren hij zou afreageren wij zouden afreageren jullie zouden afreageren zij zouden afreageren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgereageerd hebben jij zou afgereageerd hebben hij zou afgereageerd hebben wij zouden afgereageerd hebben jullie zouden afgereageerd hebben zij zouden afgereageerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
reageer af
|