NL: afradenSynoniemen: ontraden
DE: abraten
EN: advise against
FR: déconseiller, dissuader
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgeraden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik raad af jij raadt af hij raadt af wij raden af jullie raden af zij raden af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgeraden jij hebt afgeraden hij heeft afgeraden wij hebben afgeraden jullie hebben afgeraden zij hebben afgeraden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik raadde af jij raadde af hij raadde af wij raadden af jullie raadden af zij raadden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgeraden jij had afgeraden hij had afgeraden wij hadden afgeraden jullie hadden afgeraden zij hadden afgeraden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afraden jij zult afraden hij zal afraden wij zullen afraden jullie zullen afraden zij zullen afraden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgeraden hebben jij zult afgeraden hebben hij zal afgeraden hebben wij zullen afgeraden hebben jullie zullen afgeraden hebben zij zullen afgeraden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afraden jij zou afraden hij zou afraden wij zouden afraden jullie zouden afraden zij zouden afraden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgeraden hebben jij zou afgeraden hebben hij zou afgeraden hebben wij zouden afgeraden hebben jullie zouden afgeraden hebben zij zouden afgeraden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
raad af
|