NL: afplukkenSynoniemen: plukken
DE: abpflücken
EN: pluck off
ES: recoger
FR: cueillir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgeplukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pluk af jij plukt af hij plukt af wij plukken af jullie plukken af zij plukken af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgeplukt jij hebt afgeplukt hij heeft afgeplukt wij hebben afgeplukt jullie hebben afgeplukt zij hebben afgeplukt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik plukte af jij plukte af hij plukte af wij plukten af jullie plukten af zij plukten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgeplukt jij had afgeplukt hij had afgeplukt wij hadden afgeplukt jullie hadden afgeplukt zij hadden afgeplukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afplukken jij zult afplukken hij zal afplukken wij zullen afplukken jullie zullen afplukken zij zullen afplukken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgeplukt hebben jij zult afgeplukt hebben hij zal afgeplukt hebben wij zullen afgeplukt hebben jullie zullen afgeplukt hebben zij zullen afgeplukt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afplukken jij zou afplukken hij zou afplukken wij zouden afplukken jullie zouden afplukken zij zouden afplukken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgeplukt hebben jij zou afgeplukt hebben hij zou afgeplukt hebben wij zouden afgeplukt hebben jullie zouden afgeplukt hebben zij zouden afgeplukt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pluk af
|