Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aflossen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: aflossen
Synoniemen: inlossen, remplaceren, vervangen, afbetalen, inspringen, verwisselen, vernieuwen

DE: aflossen (inlossen): tilgen
EN: aflossen (inlossen): redeem
ES: aflossen (inlossen): redimir
FR: aflossen (inlossen): acquitter, rembourser, régler, amortir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgelost
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik los af
jij lost af
hij lost af
wij lossen af
jullie lossen af
zij lossen af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgelost
jij hebt afgelost
hij heeft afgelost
wij hebben afgelost
jullie hebben afgelost
zij hebben afgelost
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik loste af
jij loste af
hij loste af
wij losten af
jullie losten af
zij losten af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgelost
jij had afgelost
hij had afgelost
wij hadden afgelost
jullie hadden afgelost
zij hadden afgelost
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aflossen
jij zult aflossen
hij zal aflossen
wij zullen aflossen
jullie zullen aflossen
zij zullen aflossen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgelost hebben
jij zult afgelost hebben
hij zal afgelost hebben
wij zullen afgelost hebben
jullie zullen afgelost hebben
zij zullen afgelost hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aflossen
jij zou aflossen
hij zou aflossen
wij zouden aflossen
jullie zouden aflossen
zij zouden aflossen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgelost hebben
jij zou afgelost hebben
hij zou afgelost hebben
wij zouden afgelost hebben
jullie zouden afgelost hebben
zij zouden afgelost hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
los af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aflossen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English