Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afleren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afleren
Synoniemen: afwennen, ontwennen

DE: abgewöhnen, entwöhnen, verlernen
EN: unlearn a habit
ES: deshabituar, desacostumbrar, desacostumbrarse de, quitarse la costumbre de
FR: déshabituer, désintoxiquer, désaccoutumer, se déshabituer de, perdre l'habitude de

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgeleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik leer af
jij leert af
hij leert af
wij leren af
jullie leren af
zij leren af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgeleerd
jij hebt afgeleerd
hij heeft afgeleerd
wij hebben afgeleerd
jullie hebben afgeleerd
zij hebben afgeleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik leerde af
jij leerde af
hij leerde af
wij leerden af
jullie leerden af
zij leerden af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgeleerd
jij had afgeleerd
hij had afgeleerd
wij hadden afgeleerd
jullie hadden afgeleerd
zij hadden afgeleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afleren
jij zult afleren
hij zal afleren
wij zullen afleren
jullie zullen afleren
zij zullen afleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgeleerd hebben
jij zult afgeleerd hebben
hij zal afgeleerd hebben
wij zullen afgeleerd hebben
jullie zullen afgeleerd hebben
zij zullen afgeleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afleren
jij zou afleren
hij zou afleren
wij zouden afleren
jullie zouden afleren
zij zouden afleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgeleerd hebben
jij zou afgeleerd hebben
hij zou afgeleerd hebben
wij zouden afgeleerd hebben
jullie zouden afgeleerd hebben
zij zouden afgeleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
leer af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afleren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English