NL: afkrakenSynoniemen: afbreken, kritiseren, , kraken, katten
DE: afkraken (kritiseren): heruntermachen, anprangern, kritisieren, bemäkeln, beanstanden, bemängeln
EN: afkraken (kritiseren): criticize, slate, run down, censure
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgekraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kraak af jij kraakt af hij kraakt af wij kraken af jullie kraken af zij kraken af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgekraakt jij hebt afgekraakt hij heeft afgekraakt wij hebben afgekraakt jullie hebben afgekraakt zij hebben afgekraakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kraakte af jij kraakte af hij kraakte af wij kraakten af jullie kraakten af zij kraakten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgekraakt jij had afgekraakt hij had afgekraakt wij hadden afgekraakt jullie hadden afgekraakt zij hadden afgekraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afkraken jij zult afkraken hij zal afkraken wij zullen afkraken jullie zullen afkraken zij zullen afkraken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgekraakt hebben jij zult afgekraakt hebben hij zal afgekraakt hebben wij zullen afgekraakt hebben jullie zullen afgekraakt hebben zij zullen afgekraakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afkraken jij zou afkraken hij zou afkraken wij zouden afkraken jullie zouden afkraken zij zouden afkraken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgekraakt hebben jij zou afgekraakt hebben hij zou afgekraakt hebben wij zouden afgekraakt hebben jullie zouden afgekraakt hebben zij zouden afgekraakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kraak af
|