Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afkorten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afkorten
Synoniemen: abbreviëren

DE: abkürzen, kürzen, verkürzen
EN: abbreviate, shorten
ES: abreviar
FR: résumer, réduire, abréger, écourter, raccourcir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgekort
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik kort af
jij kort af
hij kort af
wij korten af
jullie korten af
zij korten af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgekort
jij hebt afgekort
hij heeft afgekort
wij hebben afgekort
jullie hebben afgekort
zij hebben afgekort
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik kortte af
jij kortte af
hij kortte af
wij kortten af
jullie kortten af
zij kortten af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgekort
jij had afgekort
hij had afgekort
wij hadden afgekort
jullie hadden afgekort
zij hadden afgekort
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afkorten
jij zult afkorten
hij zal afkorten
wij zullen afkorten
jullie zullen afkorten
zij zullen afkorten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgekort hebben
jij zult afgekort hebben
hij zal afgekort hebben
wij zullen afgekort hebben
jullie zullen afgekort hebben
zij zullen afgekort hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afkorten
jij zou afkorten
hij zou afkorten
wij zouden afkorten
jullie zouden afkorten
zij zouden afkorten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgekort hebben
jij zou afgekort hebben
hij zou afgekort hebben
wij zouden afgekort hebben
jullie zouden afgekort hebben
zij zouden afgekort hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
kort af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afkorten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English